Over Pablo Neruda

Een uittreksel van het leven van de Chileense dichter Pablo Neruda

Pablo
Pablo Neruda

             

Pablo Neruda, geboren als Ricardo Eliecer Neftali Reyes Basoalto op 12 juli 1904 in Parral, een stad op ca. 340 km ten zuiden van Santiago, zoon van een spoorwegbeambte en een onderwijzeres. Zijn moeder overleed twee maanden na zijn geboorte aan tuberculose. Zijn vader was niet enthousiast over de behoefte van zoonlief om literatuur te lezen en te schrijven, nam afstand van zijn talent. Anderen moedigden hem juist aan. In de winter van 1914 op 10-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste gedichten, op zijn 13ᵉ publiceerde hij in een lokale krant en deze ontwikkeling zette zich versneld voort. Hij schreef vaak met groene inkt, voor hem een symbool van wens en hoop.

Als jongeman van 20 gaf hij, zo later bleek, zijn meest bekende werk uit, “Twintig liefdesgedichten en een wanhoopslied”, waarvan de tweede oplage pas in 1932 uitkwam, maar waarvan er nu ver over het miljoen zijn verkocht. Op dat moment in 1924 was hij nog arm. Op 16-jarige leeftijd toog hij naar Santiago, waar hij Frans ging studeren. Wanhopig, door armoede gedreven koos hij er voor, pas 23 jaar oud, om Chileens honorair consul te worden in Rangoon, het toenmalige Birma, het huidige Myanmar. Hij zou daarna diverse diplomatieke functies bekleden in verschillende Oost-Aziatische en Europese landen. Hij ontmoette er grote kunstenaars, waaronder schrijvers.

In Batavia ontmoette en trouwde hij in 1930 zijn eerste vrouw. Zij was van Indisch-Nederlandse afkomst en heette Maria Antonieta Hagenaar Vogelzang. Zij schonk hem in 1934 in Madrid een dochter, Malva Marina, die helaas van meet af aan een slechte gezondheid had. Zij leed aan hydrocefalie, een storing in de afvoer van het hersenvocht (waterhoofd) en zou al op 2 maart 1943 overlijden. Zij ligt begraven in Gouda, aan de Vorstmanstraat, graf rij M van vak B met als achtenaam Reyes.

Halverwege zijn twintiger jaren nam hij, mede vanwege de weerstand die hij van zijn vader ondervond, de achternaam aan van de door hem bewonderde Tsjechische schrijver Jan Neruda. De voornaam Pablo zou hij kiezen op instigatie van de Franse dichter Paul Verlaine. Pas in 1946 kon hij deze naam ook wettelijk gebruiken. Toen hij werkzaam was in het Midden-Oosten zou hij begin jaren ‘30 voor het eerst gaan schrijven over het opkomend fascisme, waar hij zich zeer tegen verzette. Hij werd aanhanger van Karl Marx. Hij keerde terug naar Chili en kreeg eerst een diplomatieke post in Buenos Aires. Na Buenos Aires volgde Barcelona en kort daarop werd hij consul in Madrid. Hij koos, het was 1935, nogal openlijk partij voor de Spaanse Republikeinen en was fel anti Franco, zeker na de moord op de schrijver García Lorca. Door zijn extreem linkse stellingname moest hij zijn post als consul opgeven en vertrok in 1938 uit Spanje.

Neruda scheidde in 1936 en zou zijn vrouw en kind nooit meer zien. Hij ging verder door het leven met de Argentijnse schilderes Delia del Carril en besloot met haar te gaan samenwonen in Frankrijk, alwaar hij als consul werd benoemd, speciaal voor Spaanse emigranten in Parijs.

In 1940 werd hij consul-generaal in Mexico City tot 1943. Hij huwde daar Carril, een huwelijk dat in Chili niet werd erkend. Hij vernam van het overlijden van zijn dochter in Nederland, dat inmiddels door de Nazi’s was bezet. Hij ontwikkelde veel sympathie voor het Stalinisme, immers het zou Stalin zijn die de doortocht van Duitsers in Rusland een halt toeriep. Hij schreef er over tijdens een bezoek in 1942 aan Cuba. Zijn denkbeelden en daden waren zowel in de landen waar hij verbleef als bij kunstbroeders steeds aan kritiek onderhevig. Hij uitte zich dikwijls te extreem.

In 1943 zou hij terugkeren naar Chili, waarbij hij op doorreis Peru aandeed. Hij liet zich daar inspireren door de schoonheid van de Inca-stad Macchu Picchu en wijdde er een gedicht aan in 12 delen ter lengte van een boek, getiteld “Alturas de Macchu Picchui”. Hij zou het in 1945 voltooien. Het zou deel gaan uitmaken van een nog omvangrijker werk n.l. de “Canto General”.

In 1945 werd hij door de Communistische Partij in de Chileense Senaat gekozen, waar hij al snel en in toenemende mate problemen kreeg met president Gonzáles Videla. Hij hield zich met zijn vrouw gedurende 13 maanden verborgen bij supporters en bewonderaars en vluchtte tenslotte in 1949 alleen op een paard de grens over naar Argentinië  Hij reisde door naar Buenos Aires, waar hij van een vriend Miguel Angel Asturias, een toekomstig Nobelprijswinnaar, een paspoort zou krijgen. Hij reisde daarmee achtereenvolgens naar Parijs en eind 1949 naar Mexico. Zijn verblijf daar duurde langer omdat bij hem trombose werd geconstateerd. Hem werd een Chileense zangeres als verpleegster toegewezen. Haar naam was Matilde Urrutia. Ze werden smoorverliefd op elkaar. Zij zou hem op zijn reizen stiekem volgen en zou waar zij kans zag ontmoetingen arrangeren. Hij reisde o.a naar India, China, Sri Lanka en de Sovjet Unie en andere Oost-Europese landen, waar hij steeds hartelijk werd verwelkomd. Van de uitgestrektheid van de Russische bossen, de meren en rivieren was hij zeer onder de indruk. Hij was wel 3 jaar onderweg.

Op zijn vlucht keert hij uiteindelijk weer terug naar het Andesgebergte, waar hij Canto General voltooide, een dichtbundel van 670 pagina’s over flora, fauna, landschappen, geschiedenis, geologie, politieke en sociale strijd van Latijns Amerika. De dichtbundel verschijnt uiteindelijk in 1950 in Mexico. Door een hoogleraar aan de universiteit van Massachusetts Amherst aangeduid als het grootste politieke dichtwerk ooit.

In 1952 wankelde het regime van González Videla als gevolg van schandalen over corruptie. In september werd Salvador Allende kandidaat voor het presidentschap, een kandidatuur die door Neruda intensief met een campagne werd gesteund. Hij keerde daartoe in augustus van dat jaar terug naar Chili, waar hij zich herenigde met zijn vrouw Delia del Carril. Toch boette de kwaliteit van het huwelijk snel in. Zij vernam van zijn affaire met Matilde Urrtia en zorgde, geboren uit wrok, voor een vertrek in 1955 van Neruda naar het eiland Capri. Matilde ging met hem mee. Zijn leven met haar op dat eiland zou in 1994 het decors opleveren voor een prachtige film, n.l. Ïl Postino”, De Postbode. Matilde werd zijn muse en inspiratiebron. Delia en Neruda zouden dat jaar van elkaar scheiden.

In 1956 kreeg het vertrouwen van Neruda in het communisme en Stalin een opdoffer toen hij tijdens een rede van Chroetsjov hoorde over de omvangrijke misdaden tijdens het regime van Stalin. Naar aanleiding daarvan neemt hij zijn geloof in Marx kritisch onder de loep.

Tijdens een bezoek aan Buenos Aires werd hij in 1957 gearresteerd en bracht hij een nacht door in de gevangenis.

Neruda bekritiseerde niet alleen Juan Domingo Perón, maar ook Amerika vanwege de Vietnam-oorlog en hij heulde met Che Guevara. Dit leverde hem zelfs in linkse kringen kritiek op, waardoor in 1964 zij kandidatuur voor de Nobelprijs niet werd bekroond met een uitverkiezing. De prijs voor de literatuur ging dat jaar naar Jean Paul Sartre.

In 1966 bracht hij een succesvol bezoek aan Peru, waar hij de president ontmoette. De Peruaanse regering koos echter in het Varkensbaaiconflict partij tegen Fidel Castro. Daarop tekenden meer dan 100 Cubaanse intellectuelen een petitie tegen Neruda, die z.g. met de vijand zou heulen, wat op zich in deze niet correct was. Neruda was zo boos dat hij het eiland nooit meer zou bezoeken, ook al werd hij daartoe in 1968 uitgenodigd. Wel schreef Neruda n.a.v. de dood van Che Guevara diverse gedichten die hij aan hem wijdde. Che was voor hem een held.

Jaren later, toen Salvador Allende benoemd was tot president van Chili, werd Neruda ambassadeur van Frankrijk. Het zou zijn laatste buitenlandse post zijn die hij bekleedde in 1970/71.

Bij hem werd leukemie geconstateerd. Bovendien leed hij aan prostaatkanker. Hij overleed op 23 september 1973 in de Santa Maria Kliniek, 11 dagen na de coup van Pinochet en de moord op Allende. Neruda kreeg in 1971 de Nobelprijs voor de Literatuur en wordt bschouwd als één van de grootste dichters van de 20ᵉ eeuw.